7 mei 2019 | Land van de doeners

Alexander De Croo gaat voor meer doeners, minder armoede

Wie de cijfers meer in detail bekijkt, ziet dat we in ons land weinig werkende armen hebben. Om zoveel mogelijk mensen aan een baan te helpen, moet in ons land de drempel naar werk omlaag. Door o.a. lagere belastingen, hogere nettolonen, meer en goedkopere kinderopvang en investeringen in opleiding. A

Een job is de beste sociale bescherming. Dat is altijd al onze liberale insteek geweest in het armoededebat. Want meer doeners betekent minder armoede. Daarom moeten we de volgende jaren de drempel naar werk verder verlagen. Onder meer met lagere belastingen en hogere nettolonen, meer en goedkopere kinderopvang en investeringen in opleiding.

In ons land loopt één op vijf mensen (20,3%) een risico op armoede of sociale uitsluiting. Dat blijkt uit de Europese SILC-gegevens, de EU-statistiek over inkomens- en leefomstandigheden. We doen het daarmee licht beter dan het Europees gemiddelde, maar laten buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland voor ons. De voorbije jaren daalde dat risico heel licht. Om een ‘beter’ Belgisch cijfer te vinden, moeten we al teruggaan naar 2009. Tot daar het fabeltje van de sociale horror-regering waar sommigen graag mee grossieren.

Te grote groep mensen die niet werken

Wie de cijfers meer in detail bekijkt, ziet dat we in ons land weinig werkende armen hebben. Bij mensen die werken ligt het armoederisico in België het laagste van de hele Europese Unie, op Finland en Tsjechië na. Voor mensen tussen 18 en 64 jaar die niet werken ligt het armoederisico daarentegen met 46,4% een pak hoger. Dat maakt van het armoedeprobleem in ons land in sterke mate een probleem van een te grote groep mensen die niet aan het werk is.

Hoe maken we die groep kleiner? Hoe zorgen we voor meer doeners?

Verlaag de belastingen, verhoog de nettolonen

De eerste opdracht is werken meer laten lonen. Mensen die aan de slag gaan, moeten aan het einde van de rit beduidend meer overhouden dan wanneer ze niet werken. De lastenverlaging van de regering-Michel was daarom sterk gericht op de laagste en middenlonen. Mensen met een minimumloon hebben vandaag zo’n 1.800 euro nettoloon per jaar meer dan vijf jaar geleden of een 13de maand extra! Dat scheelt een flinke slok op een borrel.

De volgende jaren moeten we dat verschil tussen werken en niet werken verder vergroten. Alvast niet met een sterke bruto verhoging van de minimumlonen zoals links voorstelt. Dat is een heilloos en zelfs gevaarlijk pad dat jobs voor kortgeschoolde mensen zal vernietigen, precies het tegenovergestelde van wat we nodig hebben.

De sleutel ligt bij het verder optrekken van de nettolonen. Bij lagere lasten dus. Dat verlaagt niet alleen de drempel naar werk, het geeft mensen die de ladder opklimmen ook extra rugwind. Als je met een laag of middeninkomen vandaag promotie maakt, zie je een te groot deel van je opslag wegbelast. Wie opklimt, wordt zo al snel weer naar beneden getrokken. Daarom wil Open Vld het 40%-tarief in de personenbelasting schrappen. Zo loopt het lagere tarief van 25% langer door en verkleinen we de promotieval. Dat is goed voor al die doeners die vooruit willen!

Skills = kansen

Ook flink investeren in opleidingen en skills verlaagt de drempel naar werk en vermindert het risico op armoede. Er woedt vandaag een hevig onderwijsdebat over excellentie. Sterke leerlingen moeten inderdaad kunnen uitblinken. De lat moet omhoog. Maar het probleem met schooluitval is minstens even zorgelijk. Er is een grote groep jongeren die de schoolbanken verlaat zonder de juiste kwalificaties. In een stad als Antwerpen stapt één op vijf de schoolpoort buiten zonder diploma. Dat is ronduit dramatisch en een land als België onwaardig. Ook wie te lang thuis zit zonder job, kan nog maar moeilijk aanhaken. Blijven we dit aanvaarden?

We moeten veel korter op de bal spelen. Wie zes maanden zonder job zit, moet verplicht een opleiding volgen of een traject van tijdelijke werkervaring in. Dat kan via de VDAB, maar we moeten ook meer out-of-the-box durven denken. Kijk naar nieuwe opleidingsvormen als MolenGeek en BeCode waar jongeren de kans krijgen om zich te smijten in de digitale economie. Of naar de projecten van Sihame El Kaouakibi die jongeren eigenwaarde geven en een opstap zijn naar een job.

Ook voor mensen die al werken moet opleiding trouwens veel centraler komen. Vaak schieten we pas in actie als het al te laat is. In een snel veranderende wereld is levenslang leren een must. Enkel zo creëer je werkzekerheid.

Eén ding is zeker: voor vrijblijvendheid is er geen enkele plaats. Anders blijven we talent verliezen. Het sluitstuk van deze extra investeringen in opleiding en skills is minder ruimte om een job te weigeren en de beperking van de werkloosheid in de tijd.

Meer en goedkopere kinderopvang

Wie als werkloze de stap zet naar werk, maakt onmiddellijk extra kosten. Je zal maar een werkloze alleenstaande mama zijn met twee jonge spruiten. Thuisblijven betekent balanceren op de armoedegrens, maar gaan werken is dat vaak ook. Want plots moet je ook die dure kinderopvang betalen. In mijn boek ‘De eeuw van de vrouw’ gaf ik al aan dat kinderopvang goedkoper moet om vrouwen gelijke kansen te geven. Voor alleenstaande mama’s is dat zeker zo. Zonder goedkope kinderopvang redden zij het niet. Niet toevallig lopen alleenstaande ouders met kinderen het hoogste risico op armoede van alle mensen die aan het werk zijn.

De drempel naar werk verlagen, heeft natuurlijk maar zin als er ook voldoende instapjobs zijn. En laat net daar het schoentje knellen. Onze arbeidsmarkt is nog steeds te rigide waardoor we in het lageloonsegment een te beperkt jobaanbod hebben. Nochtans zijn die jobs een belangrijke opstap naar beter betaald werk. Door de voorbije jaren bij de hervorming van de arbeidsmarkt met de handrem op te rijden en de hete patat bij een conservatieve club sociale partners te leggen, is kostbare tijd verloren.

Flexicurity in plaats van afhankelijkheid

Flexibiliteit en werkzekerheid hoeven elkaar helemaal niet uit te sluiten. Integendeel, een land als Denemarken laat met zijn flexicurity-model zien hoe flexibiliteit en werkzekerheid elkaar net kunnen versterken. Meer flexibiliteit komt vooral de meest kwetsbaren ten goede. Het zijn de armsten en meest kwetsbaren, vaak alleenstaande moeders, die het meeste lijden onder een rigide arbeidsmarkt. Het verzet tegen een soepelere arbeidsmarkt is voor mij een van de typische voorbeelden van hoe links mensen in de afhankelijkheid houdt.

Niemand achterlaten en iedereen meetrekken. De vicieuze cirkel van generatie-armoede doorbreken. Een inclusieve samenleving waar iedereen gelijke kansen krijgt. Een all-in economie. We zullen daar in ons land enkel in slagen als we verstarde structuren de wacht aanzeggen en blijven hervormen. Of dat de volgende jaren lukt? Daarover beslist u op 26 mei.

Dit artikel verscheen naar aanleiding van het Knack debat op 7 mei over armoede.