6 februari 2019 | internationaalontwikkeling

Belgische strijd tegen vrouwenbesnijdenis gaat door

Woensdag 6 februari staat in het teken van genitale verminking. Wereldwijd zijn naar schatting 200 miljoen meisjes en vrouwen slachtoffer van één of andere vorm van genitale verminking. Als we niets doen, komen er daar tegen 2030 nog eens 68 miljoen bij. Daarom zet België de strijd voor vrouwenrechten en tegen vrouwenbesnijdenis onverminderd verder.

Alexander De Croo: “Vrouwenbesnijdenis is één van de gruwelijkste tradities. Het ontneemt vrouwen hun waardigheid, verminkt hen voor het leven en heeft ernstige gevolgen voor hun gezondheid. Daarom zet België de strijd tegen vrouwenbesnijdenis onverminderd verder.

De voorbije jaren heeft de strijd voor vrouwenrechten een centrale plaats ingenomen in ons Belgisch ontwikkelingsbeleid. Ook voor de strijd tegen vrouwenbesnijdenis hebben we extra middelen uitgetrokken.”

Eeuwenoude praktijk

Vrouwenbesnijdenis is een eeuwenoude praktijk die niet alleen voorkomt in Afrika, maar ook in Azië, het Midden-Oosten en zelfs bij ons. Er is geen enkele medische reden om tot vrouwensnijdenis over te gaan. Integendeel, het leidt tot zware fysieke en pyschologische problemen.

In ons land leven naar schatting meer dan 17.000 vrouwen die besneden zijn, nog eens meer dan 8.000 vrouwen lopen het risico om besneden te worden. Lees hier een studie naar het risico op genitale verminking in zes EU-landen waaronder België.

Dubbel spoor

België bewandelt een dubbel spoor om vrouwenbesnijdenis aan te pakken. Het Belgisch ontwikkelingsbeleid levert zowel via haar partnerorganisaties als via haar partnerlanden heel wat inspanningen om vrouwenbesnijdenis de wereld uit te helpen.

De Belgische inspanningen gebeuren via vier partnerorganisaties, van wie het mandaat wereldwijd is erkend en ook door onze partnerlanden wordt aanvaard. 

-UNICEF, de VN-kinderrechtenorganisatie, heeft de bescherming van het kind als opdracht. De steun van België aan de algemene middelen van UNICEF bedraagt 60 miljoen euro voor de periode 2017–2020.

-UNFPA, het VN-bevolkingsfonds, is bijzonder betrokken is bij de problematiek van de genitale verminking, is actief in de partnerlanden. De steun van België aan de algemene middelen van het UNFPA bedraagt 36 miljoen euro voor de periode 2017-2020.

-De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bindt eveneens de strijd aan tegen genitale verminking. De steun van België aan de algemene middelen van de WHO bedraagt 16 miljoen euro voor de periode 2017-2020.

-UN Women, de VN-organisatie die opkomt voor vrouwenrechten en gendergelijkheid, is onze belangrijkste partner op het stuk van vrouwenrechten en gendermainstreaming. De steun van België aan de algemene middelen van UN Women bedraagt 16 miljoen euro voor de periode 2017-2020.

Belangrijke aandachtspunt

Ook via de partnerlanden van het Belgisch ontwikkelingsbeleid levert ons land flinke inspanningen in de strijd tegen vrouwenbesnijdenis.En dat is nodig. Zo is bijvoorbeeld in Guinee en Burkina Faso, twee nieuwe partnerlanden van de ontwikkelingssamenwerking,  het percentage vrouwen dat te maken krijgt met  genitale verminking bijzonder hoog: 97% in Guinee en 76% in Burkina Faso. In nieuwe samenwerkingsprogramma’s gaat daarom bijzondere aandacht naar seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, inclusief de strijd tegen genitale verminking. België werkt daarvoor op het terrein in Guinee (5 miljoen euro) en Benin (3,4 miljoen euro) samen met het VH-bevolkingsfonds UNFPA.

Ook het nieuwe Belgische samenwerkingsprogramma met Mali houdt rekening met de strijd tegen gedwongen huwelijken en genitale verminkingen. UNICEF en UNFPA gaan er met Belgische steun aan de slag in de regio Koulikoro. Het is in Mali de streek met het hoogste aantal  genitale verminkingen (94%). België trekt er 2 miljoen euro voor uit gedurende drie jaar.

Succesvolle strijd

Dat het mogelijk is om vrouwenbesnijdenissen terug te dringen bewijst partnerland Benin. Al sinds 2000 voert Benin, ook met Belgische steun, mét succes strijd tegen vrouwenbesnijdenis. Het aantal meisjes dat slachtoffer is van vrouwenbesnijdenis is er bijzonder sterk gedaald. UNICEF spreekt van een daling van 8% in 2006 naar 2% in 2012, een daling met 75%.