12 januari 2013 | in de persliberalismenieuwsvicepremier

‘De regering Di Rupo-De Croo? Allez dan’

De Standaard, 12 jan 2013 – Vanuit zijn kabinet in de Financietoren kan vicepremier Alexander De Croo de Pensioentoren zien. ‘De hoogste toren van het land, voor de grootste uitdaging. Qua symboliek kan dat tellen. De hervormingstrein mag niet stilvallen’, klinkt het strijdlustig.

Hij vertelt niet zonder trots hoe hij onlangs voor het eerst de sjerp omgordde. Geen tricolore van duizend in een dozijn, maar letterlijk en figuurlijk een sjerp met gewicht. ‘Een antiek exemplaar, eigenlijk onwettig want nog zonder Vlaamse leeuw (lacht).’ Het is een familiestuk, één van de kroonjuwelen van het geslacht-De Croo. Gedragen door grootoom Constantin, grootvader Alfons, vader Herman en nu zoon Alexander. Enkele intermezzo’s buiten beschouwing gelaten, leveren de De Croo’s sinds jaar en dag de burgervaders van Michelbeke en later van fusiegemeente Brakel.

Alexander De Croo laat zich als burgemeester vervangen wegens verplichtingen in Brussel. Nauwelijks vier jaar actief in de Wetstraat en nu al vicepremier en minister van Pensioenen. Hoe graag hij het ook doet, zijn hart zal altijd voor Brakel blijven kloppen. ‘Meer dan andere verkiezingen zijn lokale verkiezingen een populariteitspoll’, weet De Croo. ‘Als je het vertrouwen krijgt van de mensen uit je eigen gemeente, dan doet dat extra deugd. Want vertrouwen is een schaars goed in de politiek. En ja, dan wil je dat mandaat ook opnemen.’

Zijn partijgenoot Vincent Van Quickenborne liet de Wetstraat voor wat ze was en verkaste naar Kortrijk. ‘Ik begrijp dat volledig’, verdedigt de vicepremier zijn voorganger. ‘Het lokale niveau is heel motiverend.’

Ligt het departement Pensioenen u?

‘Ik ga niet verbergen dat het ministerschap mij wel ligt. Ik ben iemand die graag in de cijfers zit. Het pensioendossier is heel boeiend. Het gaat over de 2,2 miljoen mensen die vandaag met pensioen zijn, maar eigenlijk gaat het over iedereen.’

‘De verdienste van deze regering is dat het pensioendossier na decennia gepalaver op de agenda gezet is. Er zijn knopen doorgehakt, we kiezen resoluut voor langer werken. Op lange termijn wachten ons nog enkele fundamentele kwesties zoals de bescherming van de opgebouwde levensstandaard: moet die voor iedereen gevrijwaard worden of niet? We moeten nog in deze regeerperiode een nieuwe pensioenconferentie opstarten, waar we dat soort vraagstukken aansnijden.’

Vandaag zweert u bij een model dat steunt op vier pijlers.

‘Ja. We zijn er nog niet, maar we evolueren almaar meer naar een systeem met vier pijlers: het wettelijke pensioen, het aanvullend pensioen, het individueel pensioensparen en het huiseigenaarschap. Het voordeel van zo’n systeem is dat het stabiel is en dus schokken kan opvangen. Als er één van de pijlers onder druk staat, nemen de andere het over. De voorwaarde is wel dat je inzet op alle vier.’

‘Het wettelijk pensioen hebben we versterkt met onze maatregelen om langer te werken. Iemand die nu met pensioen gaat, heeft gemiddeld slechts 28 werkjaren. Dat zouden er theoretisch 45 moeten zijn. Natuurlijk hebben de meesten gelijkstellingen, maar we hebben daar toch een aantal aanpassingen doorgevoerd om het systeem rechtvaardiger te maken. Iemand die werkt, moet op pensioengebied meer beloond worden dan iemand die niet werkt.’

Alleen zit de verhouding scheef voor iemand die meer dan het gemiddelde verdient, wat ook in uw beleidsnota staat?

‘Dat is zo. De bescherming van de levensstandaard is voor mensen met een lager inkomen relatief goed, voor hogere inkomens is dat een stuk minder. Via een versterking van het aanvullend pensioen wil ik daar wat aan doen. Ook wil ik meer individuele flexibiliteit: loonbonussen, maaltijd- en ecocheques, en op termijn zelfs een firmawagen moeten kunnen worden omgezet in aanvullend pensioen, als men dat wil (DS 9 januari). Ik streef naar een ‘cafetariasysteem’. En ik heb daarover nog geen afkeurende reacties gehoord.’

De PS heeft er niet op gereageerd, of toch?

‘Neen. Wat eerder positief is (lacht). Ik weet niet welke invloed ik bij de PS heb…’

Hoe is uw band met PS-vicepremier Laurette Onkelinx?

(glimlacht, denkt even na) ‘Eigenlijk ga ik wel graag met haar in discussie. Het is een bijzonder intelligente dame die haar dossiers goed kent, hoewel ze zoals iedereen af en toe wel eens bluft. Haar stijl kan bijzonder hard zijn, ook persoonlijk. Maar na afloop trek ik een oogje naar haar, trekt zij een oogje terug en zijn we weer even goede vrienden. Daar hou ik wel van.’

Het pensioensparen zat deze week vooraan in het nieuws, u promoot het?

‘De cijfers tonen aan dat veel mensen er gebruik van maken. Ik weet dat er soms discussie is over het fiscaal voordeel, maar kijk naar het effect: dankzij het pensioensparen staat er ondertussen 27 miljard euro in reserve. Meer dan 2,7 miljoen mensen doen eraan mee. Zonder fiscaal voordeel haal je geen vierde van dat aantal.’

‘Vergeet tot slot de vierde pijler niet: het huiseigenaarschap. Dat is een cruciaal element, kijk naar het risico op armoede bij ouderen. Als je geen rekening houdt met een eigen woonst, kom je aan een risicocijfer van 19 procent, met eigen woonst is het 11 procent. Het woonbeleid heb ik niet in handen, maar ik wil er alles aan doen om te zorgen dat jonge mensen nog altijd een huis kunnen kopen. Vandaag is dat niet evident zonder tussenkomst van ouders en/of grootouders.’

Je hebt jongeren die niet meer rekenen op een pensioen en je hebt jongeren die zich geen zorgen maken. Wat is uw boodschap aan de dertigers, aan uw eigen generatie?

‘Ten eerste: draag bij. Werk. Als je wil dat er later voor jou zorg gedragen wordt, draag dan ook zorg voor de maatschappij. En verder: zorg dat je werkgever voor jou een deel van je loon opzij schuift als aanvullend pensioen. En doe zelf aan pensioensparen. Het gaat om een bedrag van tachtig euro per maand.’

‘Ik hoor regelmatig mensen van mijn leeftijd zeggen: “tegen dat ik met pensioen ga, zal er niets meer overblijven.” Dat is fundamenteel onjuist. De wettelijke pijler is een omslagsysteem. Zeggen dat er niets zal overschieten, is zeggen dat er op dat moment niemand aan de slag zou zijn in ons land. Daar geloof ik niet in. Er zijn een aantal factoren die momenteel in ons nadeel spelen, maar daar werken we aan. Deze week heeft de ministerraad het licht op groen gezet voor 65-plussers die willen bijverdienen, we hervormen de pensioenbonus, we trekken bepaalde onrechtvaardigheden recht en zetten ook in op de veralgemening van de tweede pijler.’

Zo’n ambitieus beleid vereist een goeie administratie.

‘Ah, maar ik heb een schitterende administratie! (draait zich om naar het raam en wijst in zuidelijke richting) Je ziet dat gebouw hé? De hoogste toren van het land, dat is de Pensioentoren. Ik vind het wel symbolisch: de grootste toren voor de grootste uitdaging. De administratie heeft geen gemakkelijk jaar gehad met al die hervormingen en overbruggingsmaatregelen, maar toch heeft ze zeer goed werk geleverd.’

En dat zonder topman?

‘Er ís iemand die leiding geeft: adjunct-administrateur-generaal Marc De Block. Ik heb hem onlangs verlengd als adjunct, voor nog eens zes jaar. Hij had een unaniem positief advies gekregen van het beheerscomité. Iedereen weet wat het gevolg is (de Nederlandstalige Tom Auwers, die als beste uit de selectie kwam, kan niet als topman benoemd worden zolang De Block nummer twee is, red.). Je zit nu eenmaal met die pariteit, that’s how it works in België. De nieuwe topman moet Franstalig zijn. Als er geen geschikte kandidaat is, komt er een nieuwe procedure. Ik streef naar een duurzame oplossing.’

Een niet-opgelost benoemingsdossier is één van de zaken die u geërfd hebt van Vincent Van Quickenborne. Sommigen verwijten hem ‘vaandelvlucht’.

‘Dat klopt niet, Vincent heeft altijd heel transparant gecommuniceerd. Ook CD&V Kortrijk wist van in het begin dat hij met hen geen meerderheid wilde vormen. Geen verrassing dus. Als ze niet in de meerderheid zitten, is het omdat zij er niet in geslaagd zijn de andere partijen te overtuigen. Dat maakt ook deel uit van democratie.’

Wat is het verschil tussen Van Quickenborne en uzelf?

(lacht hartelijk) ‘Dat moet je aan mijn woordvoerder vragen. Of aan de andere vicepremiers.’

Hoe voelt u zich in het kernkabinet?

‘Het is een enorm voorrecht om dit op relatief jonge leeftijd te mogen doen, dankzij de kiezers.(denkt even na) Ik zit in die kern om zaken te realiseren én om een liberale stempel te drukken op deze regering. Samen met Didier Reynders (MR). Ik denk in alle bescheidenheid dat we erin slagen om op thema’s die voor ons belangrijk zijn, een invloed te hebben. Kijk naar de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering, de pensioenhervorming, justitie, enzovoort.’

‘Ook op het vlak van begroting en relance is onze stempel duidelijk. We hebben maatregelen getroffen, zoals de loonkostmatiging, die vergelijkbaar zijn met de Hartz-hervormingen van voormalig Duits bondskanselier Gerhard Schröder, begin jaren 2000. Toen schreef ‘The Economist‘: “Mister Schröder, too little, too late”. En nu worden ze beschouwd als de basis van het tweede Duitse Wirtschaftswunder.’

‘Onze budgettaire discipline levert wel degelijk iets op. Door het feit dat we nu iets meer dan twee procent betalen op rente, in tegenstelling tot zes procent een jaar geleden, besparen we ongeveer een miljard euro op onze interestlasten. Een miljard euro is een procent btw. Dus budgettaire discipline vermijdt dat we de btw met een procent moeten verhogen en dus meer geld moeten weghalen bij de burgers.’

‘Deze regering is een hervormingstrein, die niet mag stilvallen. Veel zaken die de voorbije jaren onmogelijk waren, blijken nu toch te kunnen. Voorwaarde is wel dat ook de sociale partners in staat zijn om tot akkoorden te komen, zelfs al beleven we moeilijke tijden.’

Volgens de N-VA is dit land onbestuurbaar. Veel kiezers volgen hen daarin.

‘Wel, kijk naar realiteit: ik heb niet de indruk dat die basispremisse klopt.’

Is de PS dan zo veranderd?

‘Ik kan moeilijk vergelijken, ik zat niet in vorige regeringen. Maar ik stel wel vast dat we alle zaken die men jaren aan een stuk ‘onmogelijk’ noemde, toch op de rails hebben kunnen zetten.’

‘We mogen ons niet laten domineren door de perceptie. Mocht je al onze maatregelen voorleggen aan iemand die niét weet dat we een socialistische premier hebben, dan zou die persoon ditnooit een marxistische regering noemen.’

‘Verder wil ik mij niet verdrinken in woordenschatdiscussies, er liggen wel belangrijker zaken op de plank.’

Premier Di Rupo doet wél mee aan dat soort discussies: hij noemde de N-VA een ‘gevaarlijke partij’.

(zucht) ‘Een regering heeft een oppositie, en die moet oppositie voeren. Als de oppositie een inhoudelijke discussie met mij wil aangaan, heb ik daar geen probleem mee. Maar ik ga natuurlijk zelf geen oppositie voeren tegen de oppositie.’

De premier moet niet zo niet inhakken op de N-VA?

‘Een premier moet zijn regering verdedigen, geen oppositie voeren tegen de oppositie. Voor een partij ligt dat anders. De rol van voorzitter is op dat vlak anders dan de rol van minister.’

Als voorzitter zagen we u dat nochtans nauwelijks doen.

‘Je kunt de situatie van vandaag niet vergelijken met wat er tijdens de ellenlange regeringsonderhandelingen gebeurde.’

Toen was het niet nodig, nu wel?

(wacht even) ‘Als je mensen wil overtuigen om voor jou te stemmen, moet je duidelijk maken waarom je voor hen positief het verschil gaat maken. Angst voor een ander aankweken, dat vind ik geen goede strategie. Als je een lange termijnovertuiging nastreeft, overtuig je de mensen best met je eigen programma en je eigen realisaties.’

‘Ja, de peilingen kunnen beter, maar wat telt zijn de verkiezingen. De laatste verkiezing was die van oktober 2012: op voorhand leek het alsof er een wisselbeker werd uitgereikt aan diegene die het negatiefst kon doen over onze partij. Ik weet niet wie hem gewonnen heeft, maar de rampscenario’s zijn niét uitgekomen.’

De nota-Slangen is anders niet mals voor de partij. Toch pijnlijk dat hij meteen gelekt werd?

‘Gaan we oude koeien ophalen? Natuurlijk zijn er wonden geslagen in onze partij, maar die zijn momenteel geheeld en we gaan ervoor zorgen dat we die niet opnieuw openrijten. Wat ik zelf vind van het LVSV (door Slangen geviseerd als onderdeel van de ‘yuppies die dreigen onze eigenste Tea Party te vormen’, red.)? Wel, er zijn weinig partijen met een jeugdwerking als de onze. Het LVSV behoort niet tot Open VLD, maar is ontegensprekelijk een kweekvijver van jong liberaal talent. We moeten daar dus op een volwassen manier mee omgaan: hen koesteren, niet verketteren.’

Mist Gwendolyn Rutten geen kans door haar tegenkandidaat Egbert Lachaert niet te betrekken?

‘We gaan Egbert nu toch niet aantrekken als medewerker van Gwendolyn? Egbert is iemand die het op eigen kracht zal maken, wij hoeven niet de VDAB voor hem te spelen. Hij is al lokaal actief, en heeft genoeg talent en politiekefeeling om het ook op nationaal niveau te maken. Zijn zwakte?(glimlacht) Dat hij al eens een gelegenheid mist om bescheidenheid te tonen.’

Toen u vertrok, stelde Guy Verhofstadt meteen ‘orde op zaken’. Het leek op een reprimande.

‘Helemaal niet. Ja, ik had graag meer willen verwezenlijken als voorzitter, zeker op ideologisch vlak, maar het grootste deel van mijn mandaat werd opgeslorpt door de politieke crisis. Toen Guy interimvoorzitter werd, zat ik al volop in de begrotingsbesprekingen. Hij is twee maanden ingesprongen omdat hij zijn partij graag ziet en ze wilde helpen.’ Maar hij heeft zich nadien geen kandidaat meer gesteld voor het partijbureau.’

Rutten, de zogenaamde ‘consensuskandidate’, haalde zestig procent. Heeft Verhofstadt niet meer kwaad dan goed gedaan?

‘Guy heeft gebruik gemaakt van de luwte om een aantal basisanalyses te laten voorbereiden voor de nieuwe voorzitter. Ik vond dat niet zo dwaas . Maar natuurlijk, Guy is de persoon die hij is. Zelfs als Guy op zondag zou gaan petanquen, zou hij nog een volkstoeloop rond zich hebben. Dat is gewoon zo.’

Steven Vanackere is ook een heel eigen figuur…

(kijkt sceptisch, wacht af)

Hij weigert te spreken van een regering Di Rupo-Vanackere, maar als we u horen is het een regering Di Rupo-De Croo?

‘Het is goed, zet het maar in uw titel(lacht). Neen, het is niet aan mij om een etiket op deze regering te plakken, maar ik verdedig wél elke beslissing die ze neemt. Ik heb zelf het initiatief genomen om erin te stappen, nu sta ik achter het beleid en druk er ook een liberale stempel op…. Maar als ik dat nu zeg, ga ik misschien meer moeite hebben om de volgende keer mijn visie door te drukken(hilariteit)!’

U hebt al eens de stekker uit een regering getrokken, naar verluidt maakt dat uw positie kwetsbaar: andere partijen rekenen erop dat u dat niet zal herhalen. Steekt men dat soms door?

‘Tot nu toe nog niet!(opnieuw serieus) Laat mij het omkeren. Ik hoop dat men mij ziet als iemand die de mening van zijn partij verdedigt, maar die ook de juiste compromissen maakt om ons land vooruit te helpen. En stekkers uittrekken, dat gebeurt door de voorzitter, dus ik kán het zelfs geen tweede keer doen!’

© 2013 Corelio