27 november 2012 | nieuwsspeech

Installatie Federale Adviesraad Ouderen

Geachte leden van de Federale Adviesraad voor Ouderen,
Dames en Heren,

In de oude Griekse stadstaten had men ook adviesraad van ouderen: de gerousia. Die van Sparta sprak veruit het meest tot de verbeelding., met ongeveer dezelfde omvang als de Federale Adviesraad die we vandaag boven de doopvont houden. Maar hier stopt elke vergelijking. De Spartaanse raad bestond namelijk enkel uit mannen en de leeftijdsgrens om lid te worden was vreemd genoeg strenger dan de onze: elk lid moest 60 jaar zijn. Dat stemt toch even tot nadenken: dat wij vandaag, op een moment dat we langer leven dan ooit, mensen sneller als ‘oud’ bestempelen dan 2.500 jaar geleden. Onze Adviesraad voor Ouderen telt immers ook leden die nauwelijks 50-plusser zijn. Groentjes dus. Het maakt meteen duidelijk dat de Federale Adviesraad geen Adviesraad is van Ouderen, maar voor Ouderen. En vooral: dat vergrijzing in de ruime zin een thema is dat generaties overstijgt. Ik zou zelfs zeggen: dat generaties met elkaar verbindt.

Autre différence notoire avec les assemblées d’anciens de la Grèce antique : à la mort d’un membre du conseil, le défunt était remplacé par celui dont le nom était acclamé le plus fort. Vous, vous avez été désignés par arrêté royal. De nos jours, les choses se déroulent de manière plus sereine et plus ordonnée… mais aussi moins rapidement, car la décision d’instaurer un Conseil consultatif des Aînés date déjà de 2007. Vous avez dû quelque peu patienter, attendre la formation d’un gouvernement qui a placé les pensions et le vieillissement au cœur de ses priorités. Mis au frigo pendant quatre ans, ce dossier a dû attendre ce gouvernement fédéral pour finalement être bouclé en l’espace de dix mois. Et le résultat est à la hauteur. La mise en œuvre de la loi en la matière s’est déroulée en bonne intelligence avec ma collègue Laurette Onkelinx, la ministre des Affaires sociales – je tiens à le souligner. Et dans les plus petits dossiers aussi, peut-être moins médiatiques, ce gouvernement fédéral sait faire preuve d’efficacité et de cohésion.

Het is dus wel degelijk de bedoeling dat dit nieuwe adviescomité breder gaat dan het Raadgevend Comité voor de Pensioensector. Net zoals de Spartaanse gerousia is jullie rol het geven advies. Jullie werkgebied is het federale beleid dat ouderen aanbelangt – en dat in de meest brede zin. En gezien de grootorde van de vergrijzing ligt er heel wat werk op de plank. De federale adviesraad zal zich dan ook goed moeten organiseren. Het is in elk geval mijn hoop – en die van de regering – dat jullie zich daarbij niet enkel zullen laten leiden door een louter defensieve strategie, een strategie die alleen maar focust op het behoud van verworven rechten en de verdediging van mensen die vandaag 65-plusser zijn. Het is mijn overtuiging dat ook intergenerationele solidariteit een plaats moet krijgen in jullie adviesverlening. De jongeren van vandaag zijn de ouderen van overmorgen. Heb dus ook oog en oor voor de situatie van de ouderen van de toekomst. Op lange termijn nadenken over ouderen, over de vergrijzing, betekent dat we ook rekening zullen houden met de generaties die na ons komen.

En tant que ministre des Pensions, j’ai surtout hâte de connaître votre vision à long terme de notre système belge des pensions, et plus précisément votre point de vue quant aux deux défis majeurs qui nous attendent : (1) la viabilité sociale de notre régime des pensions et (2) sa viabilité financière.

Laat mij eerst even stilstaan bij de uitdaging van de sociale houdbaarheid. Eén van de kernvragen daar is ‘Hoe houden we onze gepensioneerden uit de armoede’? Over het algemeen werd er vooruitgang geboekt in de armoedebestrijding bij ouderen – al blijft er nog een lange weg te gaan Voor de crisis liepen in ons land 23 procent van de 65-plussers het risico op armoede. Vandaag geven diezelfde Europese cijfers een lichte daling aan tot 20 procent. Dat betekent dat nog altijd één op vijf van onze 65-plussers het risico loopt om getroffen te worden door armoede. Zeker een aantal bijzondere groepen blijven erg kwetsbaar. Ik denk aan vrouwen. Zij hebben vaak een kortere loopbaan omdat ze op belangrijke momenten in hun leven ervoor kozen om wat meer tijd vrij te maken voor het gezin, voor de opvoeding van de kinderen. Vaak niet wetend dat dat aan het einde van de rit ook betekende dat ze een lager pensioen zouden hebben. Maar ook alleenstaande ouderen en gepensioneerden zonder eigen woonst blijven erg kwetsbaar.

Toutefois, une pension doit bien sûr faire plus que seulement tenir les gens à l’abri de la précarité. Le deuxième défi social est de veiller à ce que les seniors puissent conserver leur qualité de vie. La génération actuelle des babyboomers est la plus riche de notre histoire nationale. Les plus de 60 ans possèdent, à l’heure actuelle, 55 pour cent du revenu mobilier et 35 pour cent du revenu immobilier dans notre pays. Les revenus dont ils disposent sont pas moins de 13 pour cent supérieurs à la moyenne nationale. Pour que cette génération maintienne son niveau de vie, le défi est de taille. Pour ce faire à l’avenir, ce gouvernement a la conviction que nous devons pleinement valoriser tous les atouts de notre régime de retraites. Nous devons miser à la fois sur le premier pilier – celui de la pension légale que nous avons déjà renforcé ces derniers mois au travers de la réforme des pensions – mais aussi sur le second pilier que nous voulons étendre de manière à donner accès à une pension complémentaire à bien plus de personnes. Car c’est souvent cette pension complémentaire qui permet aux gens de préserver au maximum leur qualité de vie. J’espère dès lors que le Conseil consultatif considérera notre régime de pension dans toute sa globalité.
Sans nul doute, le défi financier est tout aussi considérable que le défi social.

Als we kijken naar deze afhankelijkheidsratio in 1950 zien we dat er voor elke persoon boven de 65 jaar bijna zeven personen tussen de 15 en 65 jaar waren. Vandaag zijn er dat nog maar 3,8 voor elke persoon boven de 65. In 2050 zullen er dit nog nauwelijks 2,2 zijn. Maar de scherp dalende afhankelijkheidsratio is niet het enige fenomeen dat ons bedreigt. De stijgende levensverwachting doet nog een schep op de uitdaging. Volgens de demografische vooruitzichten van het Planbureau blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de Belgische bevolking elk decennium met een 1 jaar toeneemt. In 1970 bedroeg de gemiddelde levensverwachting 68 en de gemiddelde pensioenleeftijd was 64. In 2012 is de levensverwachting gestegen naar 80 en de gemiddelde pensioenleeftijd is gezakt naar 59. Een kind kan zien dat deze spreidstand niet lang meer vol te houden is.

Dat betekent dat we de volgende jaren meer zullen moeten betalen met minder. Dat kan alleen als mensen bereid zijn om wat langer werken en als we ook zorgen voor een hogere werkzaamheidsgraad, voor meer mensen aan het werk. Het betekent ook dat de volgende jaren zal nagedacht moeten worden over de vraag welke vervroegde uittredingssystemen nog houdbaar zijn, of de invoering van een bonusmalussysteem soelaas kan brengen, of een hervorming van de wettelijke pensioenleeftijd noodzakelijk is en – zoals Europa vraagt en sommige Europese landen vandaag al doen – of ook in ons land op termijn een link moet worden gemaakt tussen het pensioenstelsel en de levensverwachting. Allemaal vraagstukken waarvan ik hoop dat de Adviesraad ze in alle openheid en met aandacht voor de intergenerationele solidariteit zal bediscussiëren.

L’accord gouvernemental annonce aussi dix chantiers à mettre en œuvre par ce gouvernement et par les suivants. La démocratisation du deuxième pilier, le fait de pouvoir travailler plus longtemps, l’unité de la carrière, l’informatisation des pensions et les réformes du bonus de pension et de la pension de survie. Le gouvernement et le conseil consultatif que nous installons aujourd’hui auront donc indéniablement du pain sur la planche.

Dames en Heren,

Staat u mij toe te eindigen waar ik begonnen ben: in het oude Griekenland.

In tegenstelling tot wat men vaak denkt, werden ouderen in het antieke Griekenland niet automatisch met eerbied behandeld. Integendeel: de Griekse cultuur had een voorkeur voor het jonge en het viriele. Politieke en economische macht was er gelinkt aan de leeftijd van 30 tot 50 jaar. Wie bijvoorbeeld in Athene ouder was dan 60, had bijna geen toegang meer tot publieke ambten.

Sparta was de uitzondering op die regel. Ouderen kregen er wel het respect dat ze verdienen. Daarover ging toen zelfs een bekend verhaal de ronde. Het is het verhaal van een oude man die tijdens de Olympische Spelen op zoek was naar een zitplaats. Weg gehoond door zowat alle delegaties, bereikte hij uiteindelijk de Spartaanse delegatie, waar zowat alle jongere mannen rechtstonden om hem een zitplaats aan te bieden. Waarop de oude man dankbaar zuchtte: “Alle Grieken weten wat goed is, maar enkel de Spartanen handelen er naar.” Laat dit een leidraad zijn voor deze Raad: weten wat goed is voor onze samenleving en er ook naar durven handelen.

Ik wens u alle succes toe en ik kijk uit naar onze samenwerking.

Je vous souhaite un vif succès et je me réjouis, d’ores et déjà, de notre collaboration. Je vous remercie de votre attention.

Ik dank u.