4 februari 2017 | digitaaleuropain de persinternationaalontwikkeling

“Jobs, jobs, jobs moet skills, skills, skills worden” (Het Belang van Limburg)

BRUSSEL“ Jobs, jobs, jobs is het adagium van de regering-Michel. Jobs zijn belangrijk. Uiteraard. En toch zouden we het moeten vervangen door skills, skills, skills. De belangrijkste uitdaging waar we nu voor staan, is er immers voor zorgen dat vandaag en morgen iedereen meekan met de digitale revolutie die we nu meemaken en die alsmaar meer versnelt.” Dat zegt vicepremier en minister van Digitale Agenda Alexander De Croo.

Alexander De Croo is vicepremier in de regering-Michel en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post. Hij heeft zijn bureau in de Financietoren, waar de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid haar kantoren heeft. Misschien denkt u nu wel: dit moet België zijn. U heeft gelijk. Maar voor het overige doet het er niet toe.

Bij uw functies als vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking kunnen we ons gemakkelijk iets voorstellen. Bij uw functie als minister van Digitale Agenda is dat iets moeilijker.

“We maken nu een digitale revolutie mee die in hevigheid vergelijkbaar is met de industriële revolutie. Dat brengt kansen mee op meer jobs, meer economische groei en meer welvaart voor iedereen. Een recente studie heeft aangetoond dat het voor ons land alleen kan zorgen voor 300.000 bijkomende banen. Om dat te kunnen realiseren, is beleid nodig.”

Waar zet u dan op in?

“Op vijf thema’s. Een verdere verbetering van onze infrastructuur. We hebben nu al snelle netwerken en we willen nog verder optimaliseren. Op digitale economie, en dan hebben we het over het mogelijk maken van zaken zoals e-commerce. Op cyberveiligheid, iets wat met de dag belangrijker wordt. Op e-government. En op skills. Jobs, jobs, jobs is het adagium van deze regering. In feite zou dat skills, skills, skills moeten zijn. We moeten er voor zorgen dat iedereen voldoende technologische vaardigheden heeft om mee te kunnen met de digitale revolutie die we nu meemaken.”

U zegt dat de digitale revolutie voor meer jobs zal zorgen. Er zijn er die het omgekeerde beweren.

“In heel Europa en dus ook in ons land staat men eerder argwanend en soms zelfs negatief ten overstaan van technologische ontwikkelingen. Dat was ook zo tijdens de industriële revolutie. Maar wat was het resultaat? Er gingen jobs verloren. En tegelijk werd er ook meer rijkdom gecreëerd, waardoor andere jobs konden ontstaan, met als gevolg dat steeds meer mensen werk hebben. Dat zal ook nu zo zijn. We zullen ons wel moeten aanpassen. Elke industriële revolutie zorgt ook voor een onderwijsrevolutie. De digitale revolutie zal er voor zorgen dat het voortgezet onderwijs definitief doorbreekt. Nu is dat nog te vaak iets voor een toplaag van afgestudeerden, het moet iets permanent zijn voor iedereen. We moeten leren leren, leren falen en leren samenwerken. En onze kinderen moeten we zaken aanleren die machines en computers niet aankunnen zoals creativiteit, emotie en empathie.”

U bent ook mee verantwoordelijk voor de digitalisering van de overheidsadministratie. Hoever staan we hiermee?

“In de Digital Economy & Society Index van de Europese Commissie, die gaat over alle 28 de EU-landen, staan we op de vijfde plaats na Denemarken, Nederland, Zweden en Finland. Dat is niet slecht, mijn ambitie is om door te stoten tot de top drie. Het is een heterogeen verhaal. Tax-on-web en My Pension zijn echte succesverhalen, in andere domeinen moeten we een tandje bijsteken. Men zegt dat we digitaliseren om te besparen. Ik zeg dat wij als overheid de digitale assistent van de burgers moeten worden. Het finale opzet is dat elke burger via zijn smartphone heel snel en heel klantvriendelijk toegang krijgt tot alle informatie en tot alle diensten van alle besturen. Digitaliseren moet de overheid beter maken.”

Wat staat er op uw digitale agenda voor dit jaar?

“Ik zegde het al, skills zijn het belangrijkste. Mat mijn fonds Digital Skills trek ik driemaal 6 miljoen euro uit om programma’s te ondersteunen die de mensen die digital skills bijbrengen. Uiteraard gaan we ook verder met de digitalisering van onze overheidsdiensten. De blikvanger dit jaar wordt Belgium Mobile ID. Met onze elektronische identiteitskaart eID waren we koplopers. Nu willen we die eID koppelen aan de smartphone, waardoor onze smartphone onze identiteitskaart wordt waarmee we ons overal kunnen identificeren en toegang kunnen krijgen tot beveiligde diensten.”

Opvallend is dat u uw digitale agenda ook meeneemt in uw functie als minister van Ontwikkelingssamenwerking.

“Dit lijkt me nogal logisch. Een voorbeeld. Vroeger boorden we waterputten en plaatsten we waterpompen. Daarna trokken we verder. Maar wat als die pompen stuk gingen? De digitale revolutie laat ons nu toe om hele waterbevoorradingssystemen daar vanop afstand te sturen. Een ander voorbeeld. In Rwanda hebben de meeste mensen geen bankrekening. We stimuleren daar het betalen met gsm. Het is de beste methode om corruptie tegen te gaan.”

In uw ontwikkelingsbeleid legt u ook een sterke klemtoon op vrouwenrechten. U wil ook organisaties financieel steunen die abortus mogelijk maken in ontwikkelingslanden.

“Tussen 2005 en 2015 is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met 800 miljoen gedaald. Het is de bedoeling om tegen 2030 de extreme armoede helemaal de wereld uit te helpen. Dat kan door vrijhandel, investeringen en meer democratie. De rol van de vrouwen hierin is cruciaal. Indien ze geen toegang meer krijgen tot familieplanning, voorbehoedsmiddelen en zo nodig tot veilige abortus, zoals de nieuwe Amerikaans president Donald Trump wil, zullen op sommige plaatsen meisjes nog altijd op hun 11de zwanger worden, op hun 13de trouwen en gemiddeld 7 kinderen krijgen. Wanneer er een aanbod is aan familieplanning, dan wordt daar ook gebruik van gemaakt. Dat weten we van bijvoorbeeld Rwanda, waar de vrouwen gemiddeld nog maar 3,5 kinderen krijgen. Enkel indien we de bevolkingsexplosie onder controle krijgen, kunnen we ook de extreme armoede stoppen. Donderdag 2 maart organiseer ik hier in Brussel een internationaal congres en gaan we met gelijkgezinde landen en organisaties op zoek naar geld om hulporganisaties die rond gezinsplanning werken, te ondersteunen.”

U heeft het duidelijk niet begrepen op Donald Trump. Nochtans heeft u twee jaar in Amerika gewoond. En dan weet u ook dat Amerika aan heropbouw toe is.

“Het is een gemengd beeld. Er zijn grote verschillen tussen de kuststaten en het binnenland. In het binnenland zijn er inderdaad grote problemen. Maar wat nu in Amerika gebeurt, staat haaks op de fundamenten van de Amerikaanse samenleving. Het hele systeem is er gebouwd op migratie. Men gaat naar de VS, men blijft er en men bouwt er mee aan de maatschappij. Ik heb twee jaar in Chicago gestudeerd, mijn vrouw werkte er. We hebben altijd gezegd dat we zouden terugkeren naar België en dat vonden ze daar vreemd. Ik vind het ergerlijk wat Trump doet. Nog ergerlijker is dat er hier wannabe-Trumps opstaan die de feiten en zijn puberaal en soms erg grof gebekt taalgebruik legitimeren.”

Hoe moeten we reageren op Donald Trump?

“We moeten vooral lessen trekken uit wat hij zegt. Die les is dat we meer op eigen benen moeten staan. Dat betekent dat we onze eigen borst nat moeten maken in bijvoorbeeld Oekraïne en Syrië. Dat betekent dat we een eigen Europees defensiebeleid moeten uittekenen, dat me moeten evolueren naar een eengemaakt Europees leger en dat we zelf onze buitengrenzen moeten bewaken. Trouwens, Barack Obama en Hillary Clinton zeiden voor een goed deel hetzelfde, maar in meer diplomatieke bewoordingen. Nu is het helemaal duidelijk en zal het ook moeten gebeuren.”

En hoe moeten we reageren op de wannabe-Trumps in eigen land en in andere Europese landen?

“We moeten de vooruitgang weer aan de mensen geven. Het zijn turbulente tijden: de globalisering, de migratiestromen, terrorisme, technologische veranderingen,… Het maakt de mensen onzeker. Overheden moeten ervoor zorgen dat de mensen sterker worden zodat ze gemakkelijker met deze onzekerheden kunnen leven. Overheden moeten ervoor zorgen dat de mensen nog altijd durven springen en ze ondersteunen bij hun sprong naar een betere toekomst. Dat proberen we met deze regering te doen met ons veiligheidsbeleid, maar ook met bijvoorbeeld ons beleid om te komen tot meer banen. Dat is iets anders dan roepen dat we onze grenzen moeten sluiten en dat we onze rug moeten keren naar het buitenland. Dat zou pas een ramp zijn voor een land dat leeft van zijn export.”

Dat brengt ons naadloos bij het beleid van de federale regering-Michel.

“We moeten voortdoen op de ingeslagen weg. We moeten ons veiligheidsbeleid verder versterken. We moeten de overheidsfinanciën verder saneren en het objectief van een begroting in evenwicht tegen het einde van de legislatuur aanhouden. En we moeten komen tot nog meer tewerkstelling. Tot nu zijn er 105.000 banen bijgekomen. Het is nog maar een begin, het moeten er veel meer worden. We hebben in België een tewerkstellingsgraad van 67 procent, in Nederland is dat 77 procent. Het verschil is 660.000 banen of 3 procent van ons bruto binnenlands product, wat overeenstemt met het huidige begrotingstekort.”

Hoe wil u tot nog meer banen komen?

“Door jongeren in de werkloosheid nog beter te begeleiden. Door de loonkosten verder onder controle te houden. Door te kijken hoe we mensen die het moeilijk hebben, kunnen begeleiden naar opnieuw werken. We moeten de mensen kansen geven en hen tegelijk ook aanzetten om hun verantwoordelijkheid te nemen. Er zijn nog altijd te veel werklozen die niet langer verplicht zijn om naar nieuw werk te zoeken. Ik vind dat niet kunnen.”

Welke…?

“Er is nog iets anders dat ik wil zeggen. En dan kom ik terug op mijn digitale agenda. De digitale economie, en dan denken we aan zaken zoals Uber en Airbnb, kan een ideale opstap zijn voor jongeren naar werk. Zij zijn vooral actief op deze platformen, cre-eren ze zelf en maken er gebruik van. Het is daarom dat ik een fiscale regeling heb uitgewerkt voor de jongeren die via deze platformen occasioneel hun diensten aanbieden als Uber-chauffeur, bedaanbieder, kok of hulp bij het in elkaar schroeven van een Ikea-kast. Veelal zijn het jongeren met te weinig scholing en ervaring waardoor ze moeilijk werk vinden, al helemaal niet wanneer ze ook nog eens een foute naam hebben of in een foute wijk wonen. Via de digitale economie komen ze in aanraking met werk en maken ze zich verdienstelijk, wat misschien wel naar meer doet smaken.”

Welke zijn de uitdagingen voor de regering-Michel dit jaar?

“Stabiliteit bieden in onzekere tijden in een onzekere wereld. En we moeten de juiste maatregelen nemen die ons vooruithelpen. We hebben het dan over tewerkstelling, investeringen en het aantrekken en stimuleren van nieuwe bedrijven.”

We dachten dat u het zou hebben over de begrotingscontrole en de drie dossiers die de premier naar zich trok.

“Jullie hebben het dan over de verlaging van de vennootschapsbelasting, de eventuele invoering van een meerwaardebelasting en het activeren van spaargeld via fiscale stimuli. Het zou goed zijn mochten we deze knopen in het begin van het jaar kunnen ontrafelen. Premier Michel is baas van de agenda. Ik weet dus niet wanneer we zullen beslissen. Maar het moet leiden tot meer tewerkstelling en de mensen moeten er ook iets aan verdienen, dat zijn mijn enige voorwaarden om tot beslissingen te komen.”

Is de regering nog sterk genoeg om te beslissen in deze gekoppelde dossiers.

“Formeel zijn ze nooit aan elkaar gekoppeld. Het zijn jullie die dat schrijven. We hebben al meerdere moeilijke periodes meegemaakt. Ik denk dan aan de tax shift. Ook de veiligheidsdiscussies waren niet gemakkelijk. Maar we hebben beslissingen genomen en dat zullen we ook nu aankunnen. De regering is daar sterk genoeg voor.”

Maar binnenkort zijn het wel verkiezingen.

“Binnenkort? De parlementsverkiezingen zijn pas in juni 2019. Dat is nog ver weg.”

Interview verschenen in Het Belang van Limburg, 4 feb 2017