19 maart 2019 | financiën

Kamercommissie Financiën steunt afschaffing btw op digitale kranten

Op vraag van Minister van Financiën, Alexander De Croo komt er een einde aan de huidige ongelijkheid in de behandeling van de verkoop van digitale en papieren publicaties. De Commissie Financiën keurde daarover vandaag het wetsvoorstel ingediend door Luk Van Biesen (Open Vld) goed. Hierdoor wordt een 0% tarief voor digitale kranten en tijdschriften wettelijk verankerd; alsook een BTW verlaging voor e-books en periodieke digitale publicaties van 21% naar 6%.

Door het btw- tarief wettelijk gelijk te stellen, zal zowel voor kranten en tijdschriften een nultarief gelden, voor papier én digitaal. Dit heeft tot gevolg dat uitsluitend digitale kranten ook kunnen genieten van het 0% tarief.

Voor overige kranten (indien ze minder verschijnen dan 48 keer per jaar) en tijdschriften, boeken, kleurboeken, muziekpartituren, blijft het btw-tarief liggen op 6%, zowel voor papier als digitaal. Voor e-books zal het tarief verlaagd worden van 21% naar 6%.

Hiermee is de discriminatie van e-books van de baan en wordt een level playing field  gecreëerd tussen papieren boeken (momenteel 6%) en e-books.

Alexander De Croo, Minister van Financiën: “Het hoge btw-tarief op digitale publicaties is een relict uit het verleden. Door aan de huidige btw-discriminatie een einde te maken en e-publicaties als papier te behandelen, geven we de sector een flinke boost en zijn we in overeenstemming met de Europese wetgeving.”

Philippe De Backer, Minister van Digitale Agenda: “We leven in een digitaal tijdperk. Alles gebeurt online en elektronisch. Het is daarom belangrijk dat de wetgeving die trend volgt en niet achterop blijft hinken. Door de btw te verlagen leggen we de lat gelijk voor alle toepassingen.” 

Luk Van Biesen (Open Vld) diende samen met MR het voorstel in: “De tijden zijn veranderd. Heel veel mensen leven en lezen digitaal. Het is niet meer dan logisch dat er een gelijkschakeling komt tussen publicaties op papier en digitale publicaties”

Als de plenaire vergadering het wetsvoorstel goedkeurt, kan het op 1 april van kracht gaan.