8 juli 2013 | economienieuwsvicepremier

Arbeiders-bedienden: nieuwe wagon voor federale hervormingstrein

Het kernkabinet heeft vanavond kennis genomen van het compromisvoorstel dat minister van Werk Monica De Coninck samen met de sociale partners heeft uitgewerkt om de discriminatie tussen arbeiders en bedienden weg te werken. Een uitvoeringscomité zal het akkoord in detail uitwerken. Hiermee koppelt de federale regering een nieuwe wagon  aan de sociaaleconomische hervormingstrein.

De afgelopen anderhalf jaar heeft de federale regering een waslijst aan structurele hervormingen door het parlement gejaagd. De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, de verstrenging van het brugpensioen en ook de toegang tot de wachtuitkering werd flink versmald.

Vanaf 1 juli dit jaar wordt de aanwerving van laaggeschoolde, werkloze jongeren zo goedkoop dat zijn netto en zijn brutoloon nagenoeg gelijk zijn. En dat tot drie jaar na de aanwerving.  Deze maatregel komt bovenop  de generieke loonlastenverlaging eerder dit jaar: de indexhervorming en de loonmatiging geven bedrijven jaarlijks 2,2 miljard euro ademruimte. Geen gemorrel in de marge, maar een substantieel beleid dat naar schatting 20.000 jobs zal opleveren tegen 2015.

Bovenop deze batterij aan maatregelen, komt nu ook het lang verwachte akkoord over het statuut van arbeiders en bedienden. Een dossier waarvan iedereen zei dat het nooit zou lukken. Dat de tegenstellingen niet te overbruggen waren. Dat akkoord is nu bereikt. Het is onmiskenbaar de verdienste van Monica De Coninck die hiermee onze arbeidsmarkt bij de tijd brengt. Of ze daar een heiligverklaring voor verdiend? Ze heeft gedaan wat ze moest doen en dat is besturen.

Wat zijn nu de krachtlijnen van het nieuwe eenheidsstatuut?

Ten eerste komt de nadruk te liggen op activering van de ontslagen werknemer. Waar vroeger de outplacement-kost bovenop de ontslagpremie kwam, zal nu een deel van deze premie omgezet worden in outplacement. Bovendien wordt dit luik ook uitgebreid naar alle werknemers met minstens 6 jaar anciënniteit. Wat telt is dus niet langer de zak geld die je als ontslagen werknemer krijgt, maar de zoektocht naar een nieuwe baan. Dat is overduidelijk een shift van een passieve vergoeding naar een activerende uitkering.

Deze activeringslogica wordt ook preventief toegepast in het nieuwe statuut. Via het sectoroverleg kan men de inzetbaarheid van de werknemers op de arbeidsmarktversterken.  Het komt er dus op aan om werknemersvaardigheden bij te brengen die veel breder gaan dan het werk dat ze vandaag doen. Dit past binnen de shift die we overal in Europa zien: van jobzekerheid naar werkzekerheid.

Ten tweede  wordt ontslag ook goedkoper in ons land. Enerzijds omdat het plafond op de ontslagvergoeding quasi gehalveerd wordt. Anderzijds omdat ontslag tijdens de eerste twee jaren goedkoper wordt. Twee derde van alle ontslagen gebeuren tijdens deze periode. Hierdoor wordt de aanwervingsdrempel aanzienlijk verlaagd en wordt onze arbeidsmarkt aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders.

Het eenheidsstatuut legt dus de nadruk op activering en maakt aanwerven aantrekkelijker. Sommigen noemen dit ‘lapwerk zonder visie’. Dat mogen ze van mij. Alleen weet iedereen met een beetje kennis van zaken dat dit ver van de waarheid zit. Dit is de zoveelste stap die de federale regering zet in het hervormen van de arbeidsmarkt. Schröder nummerde zijn Hartz-hervormingen van I tot IV. Misschien moet de federale regering stilaan ook eens beginnen denken aan het nummeren van haar hervormingen.