3 april 2019 | Land van de doeners

Blauw groeiplan voor sterkere economie en meer koopkracht

Meer mensen aan een job helpen en werken nog meer belonen. Dat zijn de twee prioriteiten van het blauw groeiplan dat Open Vld vandaag voorstelt. “De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan extra netto en meer jobs. Ons land staat er beter voor, maar de uitdagingen blijven groot. Daarom leggen we dit blauw groeiplan op tafel. Een pakket concrete maatregelen om de vele vacatures in te vullen, nieuwe jobs te creëren, werkende mensen nog beter te belonen en de work-life balans te verbeteren”, zeggen Gwendolyn Rutten en Alexander De Croo. “Wij willen met dit plan alle doeners opnieuw een duw in de rug geven.”

De afgelopen jaren hebben de liberalen in de regeringen hard gewerkt om na de crisisjaren de economie opnieuw te laten draaien. “Onze focus was duidelijk: meer nieuwe jobs, lagere belastingen, een vernieuwing van de arbeidsmarkt en hervormingen in onze sociale zekerheid en pensioenen. Met succes: er kwamen meer dan 250.000 jobs bij en de koopkracht is gestegen”, zegt Alexander De Croo.

Ons land en de economie staan er beter voor dan in 2014 maar we moeten nu vooral verder werken. Gwendolyn Rutten. “Wij gaan de hervormingen van de afgelopen jaren niet laten terugdraaien door rood-groene avonturiers. We mogen geen tijd verliezen met communautaire sabotage. We mogen niet blijven hangen in de Europese middelmaat. Wij willen de lat hoger leggen en met de steun van de kiezer onze economie verder structureel gezond maken. Alleen zo kunnen de mensen en bedrijven verder vooruitgaan.”

De liberale partij komt daarom net zoals in 2014 met een compleet groeiplan. “We gaan opnieuw voor een hele reeks haalbare maatregelen. Onze ambitie is acht op tien mensen aan de slag, net als in Nederland en Duitsland. Dat betekent meer mensen die bijdragen en minder uitkeringen”, zegt De Croo. “Dat kan door mensen intensiever naar een job te begeleiden en extra in te zetten op opleiding en levenslang leren. Hoe meer mensen werken, hoe sterker we staan om onze sociale zekerheid en pensioenen te versterken. We willen daarnaast mensen nog meer belonen voor hun werk, ook als ze met pensioen zijn”, vult Rutten aan.

De leden van Open Vld congresseren nu zaterdag over dit groeiplan. Experten zoals Veronique Goossens (Belfius), Stijn Baert (UGent), Christian Leysen, Grete Remen, Vincent Van Quickenborne en Sihame El Kaouakibi zorgen voor de inspiratie.

1.Werken nog meer belonen, ook na je pensioen

We willen de komende jaren de personenbelasting verder verlagen. Zo maken we het verschil tussen werken en niet-werken groter en zorgen we ervoor dat mensen meer kunnen overhouden als ze vooruit gaan. Vlaanderen maakt gebruik van haar fiscale autonomie om de federale inspanning te steunen. Deze belastingverlaging moet gemiddeld jaarlijks 1.000 euro extra netto opleveren.

We verlagen de belastingen niet alleen, we werken ook een belangrijke discriminatie van singles weg. De Bijzondere Bijdrage Sociale Zekerheid (BBSZ) wordt vandaag verrekend en geïnd via de personenbelasting, met als basis het gezinsinkomen. Hierdoor betalen singles en feitelijk samenwonenden dus twee maal zoveel als gehuwden en wettelijk samenwonenden. We berekenen deze bijdrage voortaan op individuele basis en halveren de tarieven. Het resultaat is een singles-bonus van maximaal 365,64 euro.

De afgelopen jaren werden de wettelijke minimumpensioenen van werknemers en zelfstandigen fors opgetrokken. We zetten die inspanning verder. Wie voldoende lang heeft gewerkt, moet immers over een deftig pensioen beschikken. Het minimum moet 1.500 euro bedragen voor de wettelijke en tweede pijler samen. Daarom maken we het aanvullend pensioen van minstens 3% van het brutoloon verplicht voor alle werknemers en contractuele ambtenaren.

De tijd waarin mensen hun hele loopbaan lang zelfstandige, ambtenaar, werknemer waren, is stilaan voorbij. Daarom gaan we voor één sociaal statuut voor iedereen. We zetten een eerste stap in de pensioenen. Voor de pensioenen van zelfstandigen en van werknemers geldt tot nu dezelfde formule, maar bij de zelfstandigen wordt een correctiecoëfficiënt toegepast. Die schrappen we en zo verhogen we de pensioenen van de zelfstandigen. Ook in de arbeidsongeschiktheid willen we de grote verschillen wegwerken.

2.Bijkomende jobs creëren

We steunen de creatie van nieuwe tewerkstelling door de huidige vrijstelling van patronale bijdragen voor de eerste aanwerving van een ondernemer door te trekken naar de tweede aanwerving. Zo geven we vooral onze kmo’s een extra duw in de rug om te groeien. De RSZ-korting voor vast horeca-personeel verdubbelen we tot 1.000 euro voor maximum 10 werknemers.

De hervorming van de vennootschapsbelasting rollen we verder uit zoals afgesproken. In 2020 daalt het basistarief dus van 29,58% naar 25%. Voor kmo’s blijft de eerste schijf van 100.000 euro winst belast aan een tarief van 20%.

Het flexi-jobsysteem is een groot succes en een win-win voor werkgevers en mensen die wat willen bijverdienen. Daarom breiden we het uit naar de hele privésector. Het aantal gelegenheidsarbeidsdagen in de land- en tuinbouwsector trekken we in alle subsectoren op naar 100 dagen.

3.Werkloosheidsuitkering wordt springplank

We willen dat de werkloosheidsuitkering sterker activeert. Dat doen we door ze in het begin op te trekken en na drie, zes, negen… maanden steeds een stukje te verminderen. Na twee jaar stopt de uitkering. Daartegenover staat dat een veel intensievere begeleiding naar nieuw werk. Wie na zes maanden nog geen nieuwe job heeft, laten we verplicht een opleiding volgen of bieden we een traject van tijdelijke werkervaring aan. OCMW’s die erin slagen om mensen met een leefloon te activeren, worden financieel beloond.

4.Langer werken mogelijk maken

Vandaag worden oudere werknemers al te gemakkelijk aan de kant geschoven. Als we onze werkzaamheidsgraad willen optrekken, dan hebben we alle krachten en ervaring nodig. Daarom schaffen we SWT, het vroegere brugpensioen, volledig af zodat er geen nieuwe instroom meer komt.  Bij herstructureringen moet altijd een leeftijdspiramide worden gerespecteerd.

Langer werken moet ook haalbaar zijn. Daarom versterken we het systeem van zachte landingsbanen waarbij oudere werknemers overschakelen naar een lichtere functie of naar een vier vijfde of halftijdse job.

We maken het gemakkelijker voor werkgevers om personeel ter beschikking te stellen aan andere werkgevers, en maken transitietrajecten mogelijk waarbij een deel van de opzegperiode al gepresteerd kan worden bij de nieuwe werkgever. We zorgen er ook voor dat oudere werknemers een nieuwe, minder veeleisende job kunnen uitoefenen en bovenop het loon dat ze dan verdienen een toeslag kunnen krijgen van de ex-werkgever. Werken met bedrijfstoeslag in plaats van werkloos zijn met bedrijfstoeslag.

Oudere werknemers, vooral bedienden, zijn duurder voor werkgevers door de sterke koppeling van het brutoloon aan anciënniteit. Wij mikken vooral op een verhoging van de nettolonen, in plaats van op een sterke verhoging van de brutolonen.

5.Werken en leven in de 21ste eeuw

Werknemers vragen om meer flexibiliteit om werk en privé beter te kunnen combineren. Ook werkgevers zijn vragende partij. Zij kunnen mekaar halfweg vinden. Daarom pleiten we voor een sterk sociaal overleg op bedrijfsniveau. Concreet betekent dit dat afspraken op bedrijfsniveau voorrang hebben op akkoorden op sector- of nationaal niveau, dat we het aantal vrijwillige overuren verdubbelen tot 200, dat elke werknemer het recht krijgt om te vragen het werk anders te mogen indelen (thuiswerk, glijdende uren, wisselende weekregimes…). De werkgever mag weigeren, maar moet dit wel grondig motiveren.

In een snel veranderende arbeidsmarkt is het belangrijk dat mensen levenslang blijven bijleren zodat ze meekunnen met de nieuwste evoluties of vlot van job kunnen wisselen tijdens hun carrière. We gaan daarom voor een opleidingsrekening van twee jaar (voltijds equivalent) die iedereen de kans geeft om zich bij- of om te scholen. De financiering gebeurt via een gedeeltelijke heroriëntering van de lange opzegvergoedingen en met steun van de overheid. De werknemer behoudt zijn inkomen dus tijdens de opleiding.

Om de work-life balans te verbeteren trekken we het vaderschapsverlof op van 10 naar 20 dagen. We vervangen alle andere verlofstelsels gelinkt aan kinderen door één ouderverlof. Ouders kunnen dit flexibel opnemen in meerdere periodes. Ze kunnen ook beslissen een kortere periode verlof te nemen, maar wel aan een hogere uitkering die nauwer aanleunt bij het loon. Door gelijkere verlofstelsels gaan we ook de genderongelijkheid op de arbeidsmarkt tegen. De loonkloof tussen man en vrouw dringen we verder terug door ze voor grote ondernemingen en overheden publiek bekend te maken. We verdrievoudigen ook de belastingvermindering voor kinderopvang onder de drie jaar om beide ouders toe te laten te kunnen werken.

6.Slankere en slimmere overheid

De afgelopen legislatuur werd het overheidsbeslag verminderd van 55,3% bbp naar 52,6%, de sterkste inspanning in twintig jaar. Maar het overheidsbeslag blijft te hoog. We willen de kost van de overheid met 1% bbp terugdringen. Onze overheid moet efficiënter. Dat kan door de pensioneringsgolf, focus op kerntaken, administratieve vereenvoudiging en digitalisering. De sociale zekerheid hervormen we verder tot een stevig maar ook activerend vangnet.