10 januari 2013 | in de persliberalismenieuwsopinie

Teruggeflitst uit 1950? #demorgen

De Morgen, 10 jan 2013 – In een opiniebijdrage in De Morgen reageert Alexander De Croo op het negatieve stuk over het aanvullend pensioen en het individueel pensioensparen van Kamerlid Wouter De Vriendt.

Pensioensparen zal ons pensioen niet redden. Dat is de boodschap van Groen-parlementslid Wouter De Vriendt gisteren in De Morgen (9 jan 2012). In één beweging zet hij het pensioensparen, groepsverzekeringen en pensioenfondsen weg als risicovolle vehikels die je beter mijdt. Het wettelijke pensioen of de eerste pijler biedt dan weer absolute zekerheid. Deze voorstelling van feiten is manifest fout.

De grote troef van ons Belgisch pensioenmodel is net dat het steunt op vier pijlers, zoals een stoel die vier poten nodig heeft om stabiel te staan. Naast het wettelijk pensioen kennen we het aanvullend pensioen, het individueel pensioensparen en het huizenbezit. Het is de combinatie van deze vier pijlers die levenscomfort geeft na je pensioen.  De Pensioenatlas uit 2010 leert dat de 1ste en 2de pijler bij gemiddeld inkomen goed zijn voor een netto-vervangingsratio van 70 procent.  Een cijfer dat geen rekening houdt met de 2,7 miljoen pensioenspaarders en het feit dat 3 op 4 Belgen een eigen huis bezit. Dat is een totaal ander beeld dan wat De Vriendt schetst.

Een ander misverstand dat de ecologisten proberen te cultiveren is dat de federale regering het wettelijk pensioen afbouwt.  Niets is minder waar. Het optrekken van de minimumleeftijd om op (vervroegd) pensioen te kunnen gaan, zorgt ervoor dat mensen langer werken. En langer werken betekent meer pensioen. De pensioenmaatregelen van de federale regering hebben dan ook niets te maken met het beknibbelen op het basispensioen. Integendeel. Deze federale regering heeft voor kerst de minimumgezinspensioenen voor zelfstandigen opgetrokken tot het niveau van werknemers. En via de welvaartsenveloppe is er ruimte om de oudste en laagste pensioenen te verhogen.

Ons wettelijke pensioen is een repartitiesysteem. Elke generatie ontvangt zijn pensioen van de mensen die op dat moment werken en sociale bijdragen betalen. Door de demografische evolutie komt dit model onder druk te staan. Het antwoord is dus niet meer geld pompen in slechts één pijler, maar wel de vier pensioenpijlers versterken. Het is deze verdere diversificatie die duurzame pensioenen garandeert en een strategie is die past bij de complexe samenleving van 2050.

Zo moeten we durven nadenken over de versterking van het aanvullend pensioen. Bijvoorbeeld aan de mogelijkheid voor individuele werknemers om in overleg met hun werkgever  fiscaal aantrekkelijke loonsupplementen zoals maaltijdcheques of een wagen te laten omzetten in aanvullend pensioen. Dit soort pistes wil ik in nauw overleg met de sociale partners de komende tijd verder onderzoeken. Ze bieden ons de kans om in moeilijke economische tijden en periode van loonmatiging de tweede pijler toch uit te breiden.

Vandaag doen naar schatting 2,73 miljoen Belgen aan pensioensparen. Ook steeds meer jongeren kijken vooruit en doen aan pensioensparen. Goed voor een pensioenkapitaal van 27 miljard euro, terwijl dit de belastingbetaler ongeveer 500 miljoen euro per jaar kost aan fiscale aftrek. Ondertussen zit er ook zowat 60 miljard euro aan kapitaal in groepsverzekeringen en pensioenfondsen voor ongeveer 70 procent van de werknemers. Ik daag Wouter De Vriendt uit om tegen deze mensen te zeggen dat ze verkeerd bezig zijn. Ik durf wedden dat hij in het beste geval wordt bekeken als iemand die terug geflitst is uit 1950. En terecht.

Deze opiniebijdrage verscheen in De Morgen, 10 jan 2012