21 december 2012 | nieuwspensioenenvicepremier

Meer pensioen voor wie werkt

Periodes van werken worden lonender voor de pensioenberekening dan periodes van niet-werken. De ministerraad heeft daarvoor vanmiddag het licht op groen gezet.Vicepremier en minister van Pensioenen Alexander De Croo heeft een regeling klaar die de zogenaamde gelijkgestelde perioden verstrengt. Dat zijn perioden dat mensen niet werken maar toch pensioenrechten opbouwen.

De voornaamste verstrenging houdt in dat de derde vergoedingsperiode van de werkloosheid (langdurige werkloosheid), het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen), het pseudo-brugpensioen (Canada Dry) en de landingsbanen (een specifiek stelsel van arbeidstijdvermindering voor oudere werknemers) minder wettelijk pensioen zullen opleveren in het werknemersstelsel.

Het pensioen voor deze gelijkgestelde perioden zal voortaan niet langer meer worden berekend op basis van het loon dat men ontving kort voordat men in de gelijkgestelde periode terechtkwam (het zgn. ‘normaal fictief loon’), maar op basis van het gewaarborgd minimumjaarloon (bedrag geldig vanaf 1 december 2012: 22.189,36 EUR). Voor een aantal groepen zijn er overgangsmaatregelen voorzien. Zo verandert er niets voor mensen die nog voor de pensioenhervorming van 28/11/2011 brugpensioen kregen. Voor werklozen die ouder zijn dan 50 jaar blijft de huidige berekeningsbasis behouden.

Het minder gunstig behandelen van de vier gelijkgestelde perioden is consistent met de wijzigingen die op het gebied van de gelijkgestelde perioden nodig zijn:

  1. Een oudere werknemer die aan het werk blijft, zal meer pensioen krijgen dan een collega die in een vervroegde uittrederegeling is gestapt.
  2. Door aan het forfait voor de derde vergoedingsperiode van de werkloosheid een minder gunstige pensioenregeling te koppelen, wordt de prikkel voor langdurig werkzoekenden om zich opnieuw op de arbeidsmarkt te begeven nog versterkt.
  3.  Door aan een aantal gelijkgestelde perioden minder pensioenrechten te koppelen dan aan effectief gewerkte perioden wordt werken aantrekkelijker gemaakt.
  4. Op termijn vermindert het aandeel van de gelijkgestelde perioden in de opbouw van het pensioen. Dat komt de betaalbaarheid van de toekomstige pensioenen ten goede.

Daarnaast voorziet deze hervorming ook in een vlotte gegevensuitwisseling tussen de RVA en de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Dit moet bijkomende administratieve lasten bij burgers, werkgevers en de RVP zelf vermijden.

Alexander De Croo: “Werken wordt lonender dan niet-werken. Met deze verstrengingen zorgen we ervoor dat dit zeker ook geldt voor het pensioen dat mensen opbouwen. Voor oudere werknemers die ervoor kiezen om langer te werken dan hun collega’s is dit goed nieuws. Zij zullen meer pensioenrechten opbouwen dan hun collega’s die vervroegd stoppen met werken. Voor langdurig werklozen komt deze verstrenging bovenop de sterkere daling van de werkloosheidsuitkeringen die vorige maand inging. Langdurig werklozen krijgen zo een dubbele prikkel om aan het werk te gaan: ze zien hun werkloosheidsuitkering tot 40% dalen en ze bouwen minder pensioenrechten op.”

“Deze verstrengingen beogen dat het aantal effectief gewerkte jaren verder zal toenemen. Alleen door met meer en langer te werken, kunnen we ons pensioenstelsel vrijwaren en versterken,” besluit Alexander De Croo.